Hier bent uOmgaan met de moderne wetenschap

Omgaan met de moderne wetenschap


1 Geloof en wetenschap strijdig met elkaar.

1.1 Resultaten van de wetenschap ondermijnen het geloof

Vroeger kon de kerk de resultaten van de onderzoeken van de sterren­kundige Galileo moeilijk aanvaarden. Hij leerde namelijk, dat de planeten om de zon heen draaiden. Maar hoe moest je dan aan met het woord van Jozua

'Zon sta stil.....'?

Nu zijn het de evolutiegeleerden, die de bijbel aanvallen. Een schepping in 6 dagen...dat kan nooit!!

1.2 De wetenschap ontkent de wonderen.

De moderne wetenschap kan veel verklaren, wat vroeger door het geloof verklaard werd en waar vroeger de grootheid van God in gezien werd. Het verschijnsel van onweer, regenboog en zonsver­duistering... is nu te verklaren. Wonderen kunnen niet: dus een sprekende slang, Jona in de vis, de genezingen van Jezus etc. Het kan echt niet. Om maar te zwijgen over een wandeling op het water.

2 Er hoeft geen tegenstrijdigheid te zijn.

Door het geloof in één God, één ordenend principe konden

wetenschappers de prachtige samenhang in de schepping ontdekken. Door aan te nemen, dat alles geschapen is door een rationele God kon men er vanuit gaan, dat de schepping een geordend en over­zichte­lijk geheel is. Wel saamgevoegd! Zo kon men wetten in de schep­ping vinden(zwaartekracht etc.). Zo kon men aannemen, dat planeten netjes in hun baan blijven en dat een jaar altijd even lang is. Want in de natuurwetten blijkt de trouw van God, die alles onderhoudt!! De christelijke scheppingsleer bood een basis, op grond waarvan wetenschappelijk onderzoek pas echt mogelijk werd.

Waar alles toevallig ontstaan is, zijn ook geen vastliggende natuurwetten te verwachten.

3 Vroegere wetenschappers waren overtuigd gelovig

Christendom en het wetenschappelijk onderzoek zijn lange tijd in de geschiedenis bondgenoten geweest.

Copernicus omschreef God als de beste en ordelijkste Werker, die er bestaat. Galileo heeft eens gezegd Er zijn twee grote boe­ken; het boek van de natuur en het boek van de bovennatuur, de Bijbel.

Kepler (briljant sterrenkundige) en overtuigd Lutheraan zei, dat zijn werk bestond uit het 'nadenken' van Gods gedachten.

Isaac Newton (zwaartekracht) geloofde dat geen enkele wetenschap zulke goede papieren had als de godsdienst van de bijbel.

James Simpson (grondlegger van de anesthesie) zei: De belang­rijk­ste ontdekking, die ik ooit gedaan heb, is dat ik Jezus Christus ontdekt heb.

Zo zijn er veel wetenschappers in verleden en heden te noemen, die ontzag hebben voor de grote Schepper aller dingen.

4 Wetenschap en bijbel spreken elkaar niet tegen.

4.1 Wonderen

Wonderen maken een inbreuk op de natuurwetten. Daarom worden ze door veel wetenschappers geloochend. De werkelijke kwestie is, of er een God is. Zo ja, dan heeft Hij de natuurwetten geschapen en is Hij ook vrij om daarin bij tijd en wijle in te grijpen.

Dan kan de zon stilstaan (Jozua), dan kan Jezus wandelen op het water etc. De natuurwetten staan niet boven God, zodat Hij op dit mechanisme geen invloed zou kunnen uitoefenen. In de melodie van Gods grote scheppingswerk laat hij ook andere tonen klinken, die weliswaar dissonanten lijken, maar juist getuigen van Zijn grootheid n.l. de wonderen

4.2 Schepping of evolutie

Ook hier is er geen echte tegenstelling tussen geloof en weten­schap. De evolutie is immers geen wetenschappelijk bewezen theorie. Het is maar een vermoeden en daarom ook niet zo serieus te nemen als andere natuurwetenschappelijke resultaten. De evolutietheorie is een vaag vermoeden, hoe het gegaan zou kunnen zijn. Maar is inmiddels door veel geleerden weersproken: er is geen langzame ontwikkeling van primitieve vormen naar ingewikkelde vormen van leven geweest. Door de biochemie weten we dat ‘eencellige’ wezens een uitermate ingewikkelde structuur hebben. De structuur van één cel is ‘meesterwerk’, werk van de grote Meester. De ouderdom van de aarde is moeilijk te meten. De ene geleerde heeft het over 10.000/ 20.000 jaar, de ander heeft het over miljoenen/miljarden jaren. En God glimlacht wellicht bij deze dingen. Hij zegt Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte.( Job.38:4)

Ja, waar was Job, waar waren de geleerden, toen God de bouw­stenen van de aarde neerlegde.

4.3 Een oerknal?

Een oerknal en vervolgens hangt alles van toevallige ontwikkelin­gen aan elkaar? Dat is net zo dwaas als een brandend rotje in een grote zak met letters stoppen en dan geloven dat na de knal

Kramers Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal zal zijn ontstaan...

De kans dat het leven op aarde zomaar ontstaan is, is net zo onwaarschijnlijk als de kans dat een wervelstorm door een schroothoop raast en een Boeing 747 construeert.

4.4 Teveel schakels ontbreken

Als de ene soort zich uit de andere ontwikkeld heeft en zo uitein­delijk de mens uit de aap ontstaan is dan moeten er vele tussen­schakels te vinden zijn. En dat is niet het geval. Je kunt zoveel fossielen zoeken en toch vind je geen tussenvormen tussen vlie­gende zoogdieren en de andere. Je vind ook geen soort mens­aap. Hoewel men dat door een te willekeurige wijze van botten naast elkaar leggen wel heeft willen bewijzen. En dan nog is er een gigantisch verschil tussen de aap als dier en de met ver­stand en spraak begaafde mens.

4.5 Fossielen bewijzen geen langzame evolutie

Geleerden willen ons doen geloven, dat de aardlagen langzaam maar zeker over elkaar heen gelegd zijn gedurende miljoenen jaren.

Zo interpreteert men ook de ouderdom van fossielen.

Maar veel fossielen zijn versteend. Hoe dat proces in z'n werking gaat weten we niet. Maar één ding is duidelijk: het moet op een ‘gewelddadige’ wijze hebben plaatsgevonden. Onder plotselinge grote druk zijn resten van planten en dieren versteend. Fossielen kunnen alleen ontstaan doordat dieren na sterven compact worden begraven of bevroren of op een andere wijze met materiaal worden bedekt, waardoor ze van de lucht wordt afgesloten. Soms zijn ook de zachte delen gefossiliseerd. Dat wijst op snelle en compacte begraving. Als je soms heel veel dieren in één laag bij elkaar aantreft kun je alleen aan een grote catastrofe denken. In Schotland is b.v. een massagraf van miljoenen fossiele vissen gevon­den. Dan valt te denken aan de zond­vloed. En zo zouden fossielen wel eens in veel korter tijdsbestek kunnen zijn afgezet dan men vandaag denkt.

Ook steken fossiele resten door aardlagen heen, terwijl ze toch in die ene laag hadden moeten voorkomen. En soms komen fossielen in een verkeerde laag voor. Dat stelt de wetenschappers voor problemen. Want de theorie, dat laag na laag in miljoenen jaren is afgezet, valt daarmee in duigen.

4.6 Toch maar in de schepping in zes dagen geloven.

Wie zou beter weten hoe de aarde ontstaan is, dan Hij ,die er zelf bij was? Welke reden zou Hij hebben gehad om ons iets verkeerds voor te spiegelen in Genesis 1. Het risico, dat wij het zouden ontdekken en de Schepper daarmee zijn faam verloor zou te groot zijn. Nee, Genesis 1 is waar, maar het beantwoordt niet alle biologische en natuurwetenschappelijke vragen. De bijbel is geen biologie/ natuurkundeboek. Het gaat de bijbel niet om hoe en wanneer, maar vooral om waarom en wie. Waarom schiep God die mooie aarde? Hoe werd het pronkstuk van de schepping, de mens gemaakt? Genesis 1 geeft rijke troost. Niks geen toevallig ontstaan en bestaan. God heeft ons gewild om voor Hem te leven en om bij Hem tot ons doel te komen. De schepping is in de bijbel geen moeilijk discussiepunt, maar het is een lied op Gods grootheid.

5 Wetenschap en geloof vullen elkaar aan.

De wetenschap bestudeert Gods algemene openbaring. De wetenschap mag telkens nieuwe deuren openen, zodat wij telkens iets meer zien van Gods grootheid en verwonderd raken. Toen de eerste mensen de ruimte ingingen en het machtige heelal zagen, raakten ze verwonderd over de Schepping. Geleerden kregen een nieuwe stimu­lans voor hun geloof. En gelovigen, die beelden ontvingen van de maanlanding en van het prachtige heelal moesten aan Ps. 19 denken De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkon­digt het werk zijner handen; en de nacht predikt kennis aan de nacht.

Door wetenschappelijke ontdekkingen wordt God niet kleiner maar eigenlijk alleen maar groter. We ontdekken steeds meer sporen van Gods karakter en grootheid in het werk zijner handen. Wie machti­ge bergen beklimt, wie de zonsondergang ziet en de prachtige kleuren aan de avondhemel... die beseft opnieuw Hoe groot zijt gij?

Wat een prachtige structuur zit er in de schepping. Zou de aarde 1000 kilometer in haar baan opschuiven richting zon, dan zouden de gevolgen catastrofaal zijn. Maar God houdt alles in de door Hem geordende banen. Wie Genesis 1 leest komt onder de indruk van de soberheid van de beschrijving. Niks geen fantasie, niks geen overdadige bevrediging van wat wij zouden willen weten. Het is klare eenvoud! En daarom zo betrouwbaar! Wie de scheppingsverha­len leest van de omliggende volken ontdekt meteen het grote verschil.

6 Een toontje lager zingen

Prof. Dr. A. van den Beukel (natuurkundige in Delft) schreef een boek onder de titel: De dingen hebben hun geheim.

De wetenschap heeft volgens hem de neiging alles rationeel te willen verklaren zoals één plus één twee is. Men wil alles begrij­pen. Maar er is meer dan dat gene, wat je in getalletjes en formules kunt vangen. Dus graag een toontje lager zingen. Liefde, het ontstaan van een kind, de machtige kosmos ...je kunt het niet allemaal in getallen vastleggen. Er blijft alleen verwondering over: Hoe groot zijt Gij? Dus wetenschap hoeft God niet te onttro­nen. Wetenschap kan God ook meer eer toezwaaien. Door de behaalde resultaten eerbiedig voor de Schepper neer te leggen. Alleen de moderne (ongelovige) wetenschapper wil met zijn resultaten God onttronen, omdat hij uit vooringenomenheid en ongeloof die God niet ziet zitten. Je kunt ook de neiging hebben eigen ongeloof wetenschappelijk te onderbouwen tegen de feiten in. Tegen Ps.19 en Ps.104 in, waar de Here bejubeld wordt als Schepper.

A.Wagenaar

Kerkdienst luisteren

Luister hier tijdens de dienst. Kerkdienst gemist? luister dan hier.

Zoeken

Textgrootte

Current Size: 100%