Hier bent uDooft de Geest niet uit…(1 Thess.5:19)

Dooft de Geest niet uit…(1 Thess.5:19)


Een zeil als een zakdoek

Sierlijk varen de zeilboten op de Friese meren. Hoe vaak heb ik ze niet gezien: bolle zeilen, die een maximum aan wind opvingen! Nooit zag ik er een zeilboot tussen met een zeil zo groot als een zakdoek. Dat zou ook belachelijk zijn! Maar geestelijk gezien is ons zeil dikwijls zo groot als een zakdoek. Met andere woorden: het vlak van ons leven dat naar God gekeerd is,is vaak klein. Je zou voor aardigheid de tijd, die kerkmensen besteden aan voetbal (in deze periode van de E.K.wedstrijden) moeten afzetten tegen de tijd, die aan God besteed wordt. Toegegeven, voetbal kan een mooie sport zijn en de lijnen en patronen, die men

op de grasmat creëert, zijn dikwijls knap. En toch, zijn de verhoudingen in tijdsbesteding niet scheefgetrokken? Het wordt tijd om het volle zeil te hijsen en de wind van de Geest op te vangen. Want een zeil zo groot als een zakdoek…dat is de Geest doven.

Toetst alle dingen!

Door bovengenoemde geestelijke luiheid (zakdoekmentaliteit) neemt de fijngevoeligheid voor wat God goed en kwaad vindt, af. Ons leven is vaak niet meer zó vervlochten met God, dat wij dagelijks vragen:’Here, wat wilt gij, dat ik doen zal?’ Ons motto is wel:Toetst alle dingen en behoudt het goede (1 Thess.5:21),maar ons toetsingscriterium is dikwijls zo ruim, dat wij te veel dingen als goed en voor God aanvaardbaar achten. Wij worden daar steeds ruimer in. Hoe kunnen wij nu alles wat dagelijks op onze weg komt, toetsen? Het woord ‘toetsen’betekent hier:‘onzuiver goud in de smeltkroes leggen’. In het vuur wordt het echte goud gescheiden van wat ‘waardeloos’is. Maar in welk vuur moeten wij de dingen leggen? Wat zijn onze ijkpunten. Paulus noemt er twee:De Geest (Dooft de Geest niet uit) en Het Woord (veracht de profetieën niet).

Eerste ijkpunt:de Geest

Wij moeten ons door de Geest die in ons woont, laten leiden om alles te toetsen met als resultaat, dat wij het goede behouden en (lees dan wel verder!) ons onthouden van allerlei soort van kwaad.De Geest maakt ons heel fijngevoelig voor Gods wil.Hij bezorgt ons een slecht gevoel en geweten als wij het verkeerde doen. Wij kunnen echter dat warme, tere vuur van de Geest doven. Dat gebeurt, als wij geen tijd voor God nemen, als wij willens en wetens tegen Gods geboden ingaan en allerlei soort van kwaad opzoeken.Wie de Geest uitdooft, riskeert dat Hij zich bezeerd terugtrekt en dat terwijl wij de Geest van wijsheid zo hard nodig hebben.Denk aan Salomo, die in een rechtszaak 2 vrouwen vóór zich kreeg, die vochten om het nog levende kind(1 Kon.3).Deel het kind in tweeën, zei hij, dan maar beiden de helft! Toen meldde de echte moeder zich in paniek. Het leek een slimmigheidje van Salomo om het zo te ‘spelen’. Maar dat was het niet. Van te voren had hij om de wijsheid van de Geest gevraagd, om een opmerkzaam hart om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad.

De Geest die Salomo leidde, wil ook ons leiden in het toetsingsproces van goed en kwaad. Vraag God er om. En vraag Hem eer je zelf moet toetsen wat goed en kwaad is, dat Hij jou eerst wil toetsen: ‘Toets en ken mijn gedachten;zie of bij mij een heilloze weg is …’(Ps.139) Wij moeten niet te snel naar eigen ‘geest’ en gedachten luisteren. Een mens wil zo graag dingen doen, die hem/haar goed van pas komen. Ons hart is arglistig!

Tweede ijkpunt:het Woord

Luisteren naar de wijsheid van de Geest, lijkt wat mistig. Zijn wij dan afhankelijk van louter influisteringen? Is de Geest de stille souffleur? En als wij ons nu eens vergissen, dat het niet Zijn stem is maar eigen wens en gedachte? De Geest bindt zich altijd aan het Woord van God. Veracht de profetieën niet, vervolgt Paulus.In die tijd was de bijbel nog niet in zijn geheel beschikbaar. Men leefde bij een paar brieven van Paulus en profetieën, woorden van door de Geest geleide mensen.Maar wij hebben nu de hele Schrift als lamp voor onze voet. Het Woord is ons ijkpunt om het goede te behouden en ons verre te houden van alle soort van kwaad. Wij hebben meer kennis van de bijbel nodig. Wat zegt de bijbel over onze moraal? Hoe moeten wij voor God aangenaam en vroom leven? Veel dingen schijnen vandaag tussen goed en kwaad in te zitten. Er lijkt een grijs ‘schemergebied’ te zijn. Dan komt het er op aan, dat wij wijsheid van de Geest ontvangen en biddend met het Woord van God omgaan.Bidt zonder ophouden, zegt Paulus vrijwel in het zelfde verband. ‘Vroom leven’ is in gesprek blijven met God. Kan Hij wel meekomen in dat zgn. grijze gebied (in uitgaansland)? Voelt Hij zich daarin thuis? Laten wij alles zorgvuldig ijken aan b.v. de kleine ethiek van Paulus: bedenkt al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat beminnelijk, als wat welluidend is…(Fil.4) Dat zou ons kunnen helpen op de drempel van de disco, op de drempel van…(vul zelf maar in). En het zou wel eens kunnen zijn, dat er minder ‘schemergebied’ overblijft als je dichtbij Woord en Geest leeft. Want iets is ten diepste voor God goed of kwaad. Wie kind van het licht is, mijdt ‘schemerzones’, blijft liever verder van het kwaad af dan dat hij/zij grensganger wordt. Wie telkens de rand opzoekt (zoals een kind de rand van de gracht zoekt en er ten slotte invalt), valt nog eens midden in het kille water van kwaad.Kom ‘grensganger’,ga de weg naar het licht en hijs het volle zeil,zodat de wind van de Geest u kan voortstuwen totdat u in de haven komt. Want blijkens 1 Thess.5 gaat het er om, dat wij straks bij de komst van Jezus onberispelijk bewaard zullen zijn en bij God thuis zullen komen.

A.Wagenaar

 

Kerkdienst luisteren

Luister hier tijdens de dienst. Kerkdienst gemist? luister dan hier.

Zoeken

Textgrootte

Current Size: 100%